Oh nee én Yieha! (deel 2)

‘Oh
nee!’

Maandag
19 juni ging ik naar het ziekenhuis voor mijn zesde driewekelijkse chemokuur.
Deze kuur kon helaas niet doorgaan omdat mijn witte bloedcellen te laag stonden
(staan?). Dit is een gekend probleem bij dokters en andere kankerpatiënten. Het
is een soort vicieuze chemo-cirkel. De chemo is nodig om te genezen maar de
chemo kan de productie van witte bloedcellen door het beenmerg verzwakken of
uitschakelen. En de witte bloedcellen zijn nodig om het lichaam te verdedigen
(= immuunsysteem). Als de verdediging dus niet stil gelegd mag worden dan kan de
chemo tijdelijk uitgesteld worden zodat het beenmerg de productie van witte
bloedcellen terug kan opdrijven of hervatten. Voor het wetenschappelijk onderzoek
naar behandelingen is dit dan ook een belangrijk punt: “Kankerpatiënten
behandelen zonder het immuunsysteem te verzwakken of stil te leggen.”. Een
voorbeeld van het onderzoek naar effectievere behandelingen waarbij het immuunsysteem
niet verzwakt of stilgelegd wordt is kankerimmunotherapie. Bij kankerimmunotherapie
gaat het zelfs nog een stapje verder, het afweersysteem wordt geprikkeld om
tumoren te vernietigen.


Op maandag 26 juni wordt mijn bloed gecontroleerd en indien mogelijk mijn zesde
driewekelijkse chemokuur opgestart.

‘Yieha!’

Op
vrijdag 23 juni heb ik voor het eerst, sinds 16 februari, terug met de auto
gereden. Het ging zonder problemen. Weer een verbetering waardoor er meer
mogelijkheden ontstaan.